De kust van
Naarden was in de jaren vijftig van de vorige eeuw nog het uiterste
zuidelijke deel van het IJsselmeer. Bij sterk aflandige wind kon het
gebeuren dat al het water weggeblazen werd richting Afsluitdijk. De
kustlijn werd zo honderden meters verlegd naar het noorden. In mijn
beleving, als jongen van een jaar of dertien, leek het dan net of de
waterlijn pas begon tussen Muiderberg en Valkeveen. Een groot stuk
watergebied viel droog en bood voor jongetjes perspectief. Je kon een
machtig stuk in zee lopen over het drooggevallen slib. Zo ging het
ook eens in de vijftiger jaren. De precieze datum weet ik niet meer
maar tijdens een herfstvakantie blies er eens een zéér krachtige
aflandige wind. Wij, een stelletje jongens en buurtgenootjes, zochten
elkaar zoals altijd op. Trokken er op deze winderige morgen
gezamenlijk op uit richting koeienzee want daar was misschien wat te
beleven.
Via de Admiraal
Helfrichweg naar Fort Ronduit. Aangekomen bij de koeienzee, zoals wij
altijd spraken, was er niets anders te zien dan alleen maar
slibgrond. Het water was weggetrokken, was bijkans niet meer te zien.
Een machtige uitdaging om over het slib te lopen. Lekker over het
slib banjeren was een ultieme vrijetijdsbesteding. Schoppen tegen van
alles en nog wat dat te vinden was.
Zo ging het een
poosje door tot ik tegen een door mosselschelpjes begroeide en min of
meer vierkant object stootte, niet veel groter dan een kei. Vreemd,
maar het rolde niet om en kwam niet van zijn plaats. Ik bukte me en
raapte het op. Wel zwaar voor een steen, roestbruin gekleurd en vol
met aangroeisels. Ik nam het mee naar de oever en liet het op het
weggetje achter het Fort op de grond vallen. Tot mijn verbazing
spatte de buitenste schil in twee delen van het object af en lag er
aan mijn voeten een ijzeren kanonskogel. Een trofee! Triomfantelijk
nam ik alles mee naar huis. Het omhulsel kwam in de schuur terecht en
na verloop van tijd verdween dat in de vuilnisemmer. De kogel
schoongemaakt kwam op een tafeltje te liggen naast mijn bed op
zolder. Veel heb ik gedagdroomd hoe of de kogel nu op het slib
terechtgekomen was. Hele zeeslagen zag ik in mijn verbeelding de
revue passeren. Trots als een "ouwe aap" was ik met mijn
kanonskogel.
Tot het moment
dat hij van mijn tafeltje verdwenen was. Navraag bij mijn broer, mijn
moeder leverde niets op. Langzaam verdween de kogel uit mijn gedachte
en maakte plaats voor andere belangrijke dingen in een jongensleven.
Pas veel later, ik was al het huis uit en getrouwd, kwam de waarheid
van de verdwenen kanonskogel aan het licht. Ach... je weet hoe het
kan gaan, een groot gezin, alle dubbeltjes tellen. Mijn kanonskogel
zal bij "Janus Beekveld" de plaatselijke opkoper van vodden
en oud ijzer terecht gekomen zijn. Weer een dubbeltje in moeders
portemonnee en dat was mooi meegenomen toch? Éh boos? Ach nee,
eerder berustend en begripvol.
Nu op zaterdag
10 mei 2014 bij het tweehonderdjarig herdenken van het beleg van
Naarden, de belegering van de vesting door de geallieerde troepen op
de in de vesting verblijvende Franse bezetters, realiseer ik me dat
mijn kanonskogel wel eens deel uitgemaakt kan hebben van dat stukje
geschiedenis.
Hierna een
soortgelijke kanonskogel van vijf kilogram maar deze komt uit de
Amsterdamse bodem gevonden bij de aanleg van de zogenaamde
Noord-Zuidlijn.
Wim Fecken.



