Ondanks de uitleg over de spelregels bestond de indruk dat de meesten het niet zo nauw met de regels namen, vooral niet als het ging om het juiste aantal slagen te noteren, zodat de eindontslag van weerszijden aangevochten werd.
Waar het op de heenweg naar de verste hole nog redelijk goed ging, was dat op de terugweg naar het begin wat minder: tot vier keer toe ging een bal de sloot in. Het opvissen ging doorgaans goed: Cas maakte zich hier zeer verdienstelijk. De laatste keer moest Hubert toch echt het water in. Hij was goed voorbereid: zijn schoenen zouden toch al afgedankt worden.
De nazit was zo mogelijk nog beter dan het golfen zelf. Hubert toverde twee stuks gebak uit zijn rugzak, evenals bordjes, vorkjes etc. Zo vergaten we snel de controverse over de einduitslag.